De beste tips voor je vakantie in Italië

Hoe kiezen italianen een restaurant?

Eén van de belangrijkste redenen voor Nederlanders om naar Italie op vakantie te gaan is het eten en drinken. Want wie houdt er nou niet van de Italiaanse keuken. En laat je nou in Piemonte helemaal goed zitten. Piemonte geldt als het culinaire hart van Italie en daar zijn we trots op! We hebben een ‘cucina nobile’ en de allerbeste wijnen van de wereld.

Eén van de eerste vragen van onze gasten is dan ook, waar kunnen we lekker eten? Ik ben daar natuurlijk op voorbereid. In alle luxe accommodaties van Casa Valle Erro ligt een mapje met informatie, waaronder een lijst van restaurants en wijnbarretjes. Het uitzoeken van een goed restaurant is voor niet Italianen vaak lastig ook al bestaat Tripadvisor. Je hebt geen kennis van het aanbod, je spreekt de taal niet en het lijkt altijd wel alsof alles gesloten is, de gordijnen zijn meestal dicht. Wij houden zelf ook heel erg van Piemontees eten en gaan wekelijks op zondag uitgebreid warm lunchen (pranzo). We hebben dus veel kennis van de restaurants om ons heen en kunnen iedereen naar een prachtig restaurant sturen. We reserveren uiteraard voor onze gasten en adviseren welk restaurant bij hen past volgens ons. Een gezin met kinderen gaat anders uit eten dan een stelletje. Ik kwam een artikel tegen over hoe Italianen zelf een restaurant kiezen en dat was zo verhelderend dat ik dat met jullie wil delen. Ik heb het in de wij vorm vertaald, want wij vinden onszelf al aardig Italiaans.

Als je je ooit hebt afgevraagd hoe Italianen altijd het lekkerste eten lijken te vinden… dan komt dat doordat we bijna nooit recensies lezen. En dat is echt waar, al onze adresjes hebben we van bevriende Italianen.

We hebben een ander systeem – minder logisch, meer instinctief – maar het werkt. Zo kiezen we eigenlijk een restaurant:

We kijken naar de menukaart – maar niet naar wat je denkt. Want we kijken hoeveel gerechten er zijn.

Als de menukaart pagina’s vol betreft, lopen we weg. Te veel opties betekent vaak diepvriesproducten. Een korte menukaart betekent dat er iemand daadwerkelijk aan het koken is met verse producten.

We kijken naar de verschillende pastasoorten. Iedere pastasoort heeft namelijk zijn eigen saus.

Als er één soort pasta is met verschillende sauzen, dan lopen we door. Verschillende pastasoorten, in Piemonte altijd verdeeld in: tagliolini, agnolotti del plin, risotto en gnocchi – is meestal een goed teken.

We kijken door het raam of openen de deur, of als het restaurant langs de weg is, kijken we of er veel vrachtwagens van werklui staan.

Zijn er locals binnen? Praten mensen luid, met andere woorden, hebben ze het naar hun zin. Ziet de ober er op een positieve manier gestrest uit, alsof hij echt aan het werk is? Dat is perfect.

We vermijden restaurants met gigantische borden in het Engels.

Menu’s in het Engels zijn uiteraard prima, in steden rondom Casa Valle Erro,  Turijn, Genua en Milaan zijn veel toeristen. Maar gigantische banners zoals “BESTE PASTA IN DE STAD!” of “HUISGEMAAKTE PIZZA!” geloven we niet.

We kijken naar de dagspecialiteiten.

Als een restaurant dagspecialiteiten heeft (bij voorkeur handgeschreven) dan koken ze wat ze die ochtend op de markt hebben gevonden en gekocht. Dat is goud waard.

We kijken naar de simpelste gerechten.

Als de tagliolini al ragu of de risotto milanese er goed uitziet op een tafeltje in de buurt, blijven we. Als het eruitziet als ketchup of gele room, dan stappen we op.

We vertrouwen geen lege restaurants om 13.00 uur.

In Italië trekt goed eten mensen al vroeg aan en met name voor de ‘pranzo’, de warme lunch. Als de tafels leeg zijn tijdens de piekuren van de lunch, is dat een waarschuwingssignaal.

En de laatste regel: we volgen onze neus.

Als we heerlijke geuren ruiken vanuit het restaurant, gaan we naar binnen. Als we niets ruiken, of alleen gebakken olie… dan lopen we verder.

Maar misschien is de meest gouden tip, je vraagt aan Ger waar je moet eten!